Hoe help je leerlingen teksten beter begrijpen?
Extra tijd en gerichte aandacht voor zwakke lezers
Waar geoefende lezers (haast) vanzelf hun woordenschat en kennis van de wereld vergroten en leesstrategieën toepassen, behoeven andere lezers meer begeleiding, extra tijd en aandacht. Het proces verloopt immers niet bij iedere leerling hetzelfde. Dit betekent niet dat je je ambities naar beneden bijstelt. Deze blijven voor alle leerlingen hetzelfde. Aan alle leerlingen blijf je hoge eisen stellen en bied je rijke teksten aan. Anders loop je het risico dat leerlingen ‘blijven hangen’ in het niveau dat hen wordt aangeboden. Probeer te achterhalen wat lezers van een tekst begrijpen en waar lezers nog moeite mee hebben, ook nadat je goede begeleiding en extra ondersteuning hebt geboden. Zoek uit waar de schoen wringt en kijk dan wat helpend kan zijn.
Als een leerling bijvoorbeeld nog steeds spellend aan het lezen is, verliest hij snel de grip op de samenhang tussen woorden. Het is dan belangrijk om te overgang van spellend naar vloeiend lezen extra aandacht te geven. Blijf via voorlezen en gebruik van luisterboeken ook werken aan tekstbegrip en leesplezier. Zo zijn leerlingen niet louter bezig met techniek, maar blijven ze ervaren wat lezen te bieden heeft.
De reden voor moeite met begrip kan ook een te beperkte woordenschat of kennis zijn. Dat is bijvoorbeeld de oorzaak van de beruchte leesdip in groep 6: wanneer teksten moeilijker worden, redden lezers het niet meer zonder rijke woordenschat en dito kennis. Ook kan het oefenen met monitoren van het eigen begrip door leerlingen (leesstrategieën) of het werken aan de leesmotivatie uitkomst bieden.
Rolwisselend leren
Voor het leren en het begrijpen van teksten is modeling door de leerkracht heel belangrijk: doe voor hoe je een tekst te lijf gaat en geef ze kans de kunst af te kijken. Leer ze daarna om het zelf te doen. Geef daarbij hints, duidelijke feedback en begeleid ze net zo lang tot ze het zelf kunnen (scaffolding).
Een goede aanpak daarbij is rolwisselend leren. Hierbij zijn een expert in lezen (leraar of medeleerling) en een beginner (een minder geoefende lezer) in dialoog over de betekenis van een tekst. Ze lezen de tekst samen hardop voor en stellen elkaar daar vragen over. Eerst is vooral de expert aan het woord, maar de minder geoefende lezer krijgt een steeds actievere rol.
Rolwisselend leren kan een-op-een (bijvoorbeeld met een ouder of klassenassistent), maar ook in groepjes van vier-vijf leerlingen, met de leraar, onderwijsassistent of een leerling-groepslid als gespreksleider. Welke vorm je kiest, hangt af van de ernst van de leesproblemen of -achterstand.

Uitdagend leesmateriaal
Eenvoudige (AVI)-teksten vervullen in groep 3 een goede functie om het technisch lezen onder de knie te krijgen. Kies eenvoudige boeken die wel betekenisvol zijn zodat leerlingen ontdekken dat je door zelf lezen ook informatie en ervaringen kunt opdoen. Bij lezers die meer tijd nodig hebben om zich de techniek van het lezen eigen te maken, is het voeden van hun leesplezier essentieel. Blijf daarom voorlezen uit boeken met rijke teksten waarin veel te beleven valt.
Bij het thematische leesprogramma Focus op begrip lees je bijvoorbeeld per thema twee (informatieve) boeken klassikaal voor. Je kunt daarbij het begrip ondersteunen met illustraties en filmpjes (multimediale scaffolds).
Je kunt ook luisterboeken gebruiken of samen een-op-een met hen een boek lezen, bijvoorbeeld tijdens het vrij lezen. Maak ten slotte van lezen ook een sociaal gebeuren door in de klas veel samen te praten over boeken.