Met welke activiteiten krijg je zicht op de ontwikkeling van tekstbegrip?
Begrijpen van taal is een complexe vaardigheid
Tekstbegrip staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van de gehele taalontwikkeling. Om na te gaan of leerlingen geschreven teksten begrijpen, moet je daarom ook kijken naar hun luisterbegrip en mondelinge taalvaardigheid. Veel praten en schrijven over teksten helpt leerlingen hun taal te verdiepen en daarmee teksten beter te begrijpen. Zo leren ze niet alleen losse informatie begrijpen, maar ook om verbanden te leggen tussen informatie uit diverse bronnen (geschreven, gesproken en multimediaal).
Informeel monitoren van tekstbegrip
Tijdens allerlei taalactiviteiten krijg je zicht op de ontwikkeling van tekstbegrip bij leerlingen. Je kunt dit informeel monitoren. Met korte vragen (bijvoorbeeld ‘duim omhoog of omlaag als…’) kun je bijvoorbeeld checken of leerlingen iets begrepen hebben. Ook kun je hen aan elkaar laten uitleggen waar een tekst over gaat. Als je ziet dat leerlingen ergens vastlopen, kun je dit samen met hen bespreken en passende vervolgacties kiezen.
Voorbeelden van evalueren
Enkele voorbeelden van manieren om te evalueren zijn:
Samen praten
- Rijke vragen stellen aan elkaar en aan de tekst
Een werkvorm waarbij vragen stimuleren tot geconcentreerd lezen en dieper nadenken. De antwoorden zijn niet letterlijk in de tekst te vinden. Ook vragen over de eigen mening van leerlingen vallen hieronder, zoals: Wat vind je van …? Wat doet … met je? Wat zou jij doen als … - Navertellen
Een krachtige werkvorm waarbij leerlingen in eigen woorden de kern van een tekst navertellen. - Denken-Schrijven-Delen-Uitwisselen-Aanvullen
Werkvorm waarbij leerlingen eerst hun antwoord bediscussiëren met hun tafelmaatje en dit opschrijven, voordat ze het met de hele groep uitwisselen. - Het (diagnostisch) gesprek
Een werkvorm waarbij je een gesprek voert met een klein groepje leerlingen: zij verwoorden hun denkproces tijdens het betekenis toekennen aan een tekst en als leerkracht vraag je door op de inhoud. - Staan en zitten (praten én schrijven)
Een werkvorm waarbij leerlingen individueel een antwoord op een vraag opschrijven, waarna enkele leerlingen hun antwoord voorlezen. Leerlingen met hetzelfde antwoord gaan zitten.
(Samen) schrijven
- Samenvatten
Een werkvorm waarbij leerlingen stap voor stap leren om de essentie van een beluisterde of gelezen tekst weer te geven. Tekst- of grafische schema’s kunnen leerlingen hierbij helpen. - Denken-Schrijven-Delen-Uitwisselen-Aanvullen
Schriftelijke variant van de werkvorm hierboven, met bijvoorbeeld een opdracht als ‘Schrijf een samenvattende zin over deze alinea’. Duo’s of groepjes wisselen uit en presenteren klassikaal hun beste variant. - Noteren wat je weet, wat je wilt weten en wat het antwoord is op je vragen
Leerlingen vullen na het lezen van een tekst een kolommenschema in: kolom 1: wat weten we al? kolom 2: wat willen we graag weten? kolom 3: het antwoord op onze vragen. - De Kaart
Op een kaartje schrijven leerlingen iets op uit de tekst dat ze heel goed begrepen hebben. Ze werken dat kort uit. Op de achterkant schrijven ze wat ze nog niet goed begrepen hebben. Dat formuleren ze in een vraag.

Monitoren van tekstbegrip met gestandaardiseerde toetsen
Wettelijke eisen
Elke school is verplicht om de taalontwikkeling van leerlingen van groep 1 tot en met 8 te volgen en systematisch vast te leggen. Er is veel ruimte om zelf te bepalen hoe je dat doet, in lijn met de kerndoelen, de schoolvisie en het aanbod dat je beoogt en realiseert.
Daarnaast moet elke basisschool werken met een goedgekeurd leerlingvolgsysteem (LVS) met gestandaardiseerde toetsen. Scholen mogen zelf kiezen welke LVS-toetsen ze gebruiken, in welke groepen ze toetsen en welke gegevens ze opslaan. Er geldt geen minimumeis voor het aantal toetsen, zolang je maar kunt aantonen dat je de ontwikkeling van taal en rekenen actief volgt en evalueert.
Keuze van LVS
Veel LVS’en bevatten toetsen voor ‘begrijpend lezen’. Die richten zich vooral op onderdelen van leesvaardigheid die met meerkeuzevragen te meten zijn. Daardoor krijg je een te beperkt beeld, want veel facetten van tekstbegrip zijn niet te vangen in meerkeuzevragen, zoals diep begrip en tekstbeleving.
Kijk bij de keuze van een LVS daarom of dit aansluit bij jullie taal- en leesbeleidsplan. Verschaft het systeem voldoende informatie om passende vervolgacties te kunnen ondernemen? Bieden de toetsscores informatie over wat een leerling wel en (nog) niet beheerst of vertellen ze alleen hoe deze presteert vergeleken met andere leerlingen (normgroepen)?
Bedenk steeds of toetsuitkomsten iets veranderen aan je aanpak en je aanbod. Als dat niet zo is, is toetsing niet zo waardevol, zeker omdat toetsen leerlingen kunnen demotiveren.
Voorbeelden van gestandaardiseerde toetsen voor tekstbegrip:
- Cito Begrijpend Luisteren
- Cito Begrijpend Lezen
- BOOM LVS Begrijpend Lezen
- DiaTekst
- IEP LVS Lezen
Methodetoetsen
Veel onderwijsmethodes bieden ook toetsen aan. Hiermee kun je nagaan of leerlingen de in de methode aangeboden leerstof voldoende beheersen. Vraag je steeds af of een methodetoets past bij jouw doel: welke informatie over tekstbegrip wil ik verzamelen, heb ik (alle onderdelen van) de toets nodig en kan de toets mij voldoende informatie bieden voor passende vervolgacties? Weeg ook nu weer de voordelen van toetsafname af tegen het risico van minder motivatie en zelfvertrouwen bij leerlingen.