Met welke activiteiten krijg je zicht op de geletterdheid van kleuters?
Een breed beeld van de taalontwikkeling
Hoewel de taalontwikkeling van kleuters enorm kan verschillen, zijn ze allemaal op weg naar het zelf leren lezen in groep 3.
Om de voorbereiding op het leren lezen zo goed mogelijk te laten verlopen, monitor je de hele ontwikkeling van kleuters. Daarbij kijk je of het onderwijsaanbod en de taalontwikkeling op de volgende gebieden goed verlopen: ervaren (voor)leesplezier, woordenschat, mondelinge taalvaardigheid, taal- en verhaalbegrip, fonologisch bewustzijn, fonemisch bewustzijn en letterkennis.

Spelenderwijs ontwikkelen
Taal ontwikkelt zich bij kleuters vooral door (rollen)spel. Als leerkracht houd je de vinger aan de pols. De sleutel ligt daarbij niet in meer druk of het ‘afvinken’ van doelen, maar in een afgestemd aanbod dat past bij hoe jonge kinderen leren: spelenderwijs, betekenisvol en rijk. Dat betekent bijvoorbeeld een taal- en leesrijke inrichting van de hoeken, werken binnen thematische spelsituaties, en regelmatig doelbewust inzetten op voorbereidend lezen en schrijven met korte, passende activiteiten.
Taalactiviteiten
Aandacht voor de ontwikkeling van mondelinge vaardigheden en woordenschat is belangrijk. Dat kan door het uitlokken van rijke gesprekken, vertellen en voorlezen van rijke teksten met behulp van een goede didactiek, en motiverende opdrachten die aansluiten bij de belevingswereld van kinderen. Zo ontstaat ruimte voor succeservaringen en groeit het vertrouwen én de motivatie dat ‘ik dit straks ook zelf kan’. Voor de monitoring past een lichte, ondersteunende aanpak – bijvoorbeeld via aantekeningen in een logboek of gerichte, maar informele observaties – zodat de spelende omgeving intact blijft en de aandacht uitgaat naar de kwaliteit van het taalaanbod en de betrokkenheid van kinderen.
De hele ontwikkeling volgen
Een schriftelijke toets afnemen bij kleuters is niet toegestaan. Wel bestaan er kindvolgsystemen met observatiepunten waarop je kunt letten. Deze observatiepunten kunnen richting geven, maar het risico is wel dat je het kind als geheel uit het oog verliest. Belangrijk is kinderen te observeren tijdens hun spel, waarbij je let op hun hele ontwikkeling. Dus niet alleen op hun taalontwikkeling, maar ook kijkt naar hun motorische en sociale ontwikkeling. Wees je ervan bewust dat kleuters zich nogal verschillend kunnen ontwikkelen en dat hun ontwikkeling in sprongen gaat. Teveel uitgaan van wat gemiddeld genomen gangbaar is of te veel focus op specifieke observatiepunten, zoals de kindvolgsystemen doen, kan dan ook leiden tot onnodige zorgen.
Participerend observeren
Door tijdens spel en andere activiteiten met leerlingen in gesprek te gaan, krijg je zicht op hun mondelinge taalvaardigheid en begrip. Je doet mee aan de activiteit en observeert tegelijkertijd hoe leerlingen reageren op wat jij of een medeleerling zegt. Noteer opvallende zaken uit je observaties en gesprekjes als geheugensteun voor jezelf. Zorg voor een gemakkelijk in te vullen overzicht met daarop de namen van alle kinderen, de activiteiten die je hebt gedaan en wanneer je die hebt gedaan. Vul over een langere periode je observaties in voor alle leerlingen om een breed beeld te vormen van hun ontwikkeling in verschillende taalsituaties.
Niet toetsen, wel monitoren
Instrument of eigen formulier
Vanaf augustus 2023 mogen scholen geen toetsen meer afnemen bij kleuters. In plaats daarvan zijn er verschillende gestandaardiseerde observatie-instrumenten op de markt gekomen. Maar je mag ook je eigen observatieformulieren maken en gebruiken. Het voordeel daarvan is dat je zelf kiest welke informatie je wel en niet in kaart wil brengen, in aansluiting op de leerlingpopulatie en het taal-/leesbeleidsplan van jullie school. Zorg in de monitoring altijd voor een balans tussen wat een kleuter laat zien en wat je een kleuter aan onderwijs hebt geboden.
Voorzichtigheid geboden
Wat je ook kiest, wees voorzichtig met al te stellige observaties of interpretaties. Zoals al gezegd kunnen kleuters enorm van elkaar verschillen en ontwikkelen ze zich vaak in sprongen. Bij kleuters met een andere thuistaal is observeren en vooral interpreteren extra precair. Realiseer je dat wat je niet kunt waarnemen in het Nederlands, wellicht al wel ontwikkeld kan zijn in de thuistaal en een goede basis kan vormen voor de verdere taalontwikkeling. Gun het kind tijd om zich voldoende vertrouwd te voelen in de taal van de school om zich daarin te uiten.