Met welke activiteiten krijg je zicht op de ontwikkeling van vloeiend lezen?
Luister naar het hardop lezen
Een leerling die vloeiend leest, kan een tekst vlot, accuraat en met expressie en begrip (voor)lezen. Je krijgt een goed beeld van deze vaardigheid door naar leerlingen te luisteren tijdens het hardop lezen. Dat kan individueel, in kleine groepjes en klassikaal.
Of een leerling vlot en accuraat leest, hoor je doorgaans vanzelf. Bij het monitoren van lezen met expressie let je erop of de leerling rekening houdt met interpunctie, hapjes lucht neemt, woorden beklemtoont en met de juiste intonatie leest.
Een leerling die met expressie leest, begrijpt de tekst waarschijnlijk beter. Dat kun je ook nagaan door met leerlingen in gesprek te gaan over wat er is gelezen of hen vragen te stellen na het hardop lezen.
Hulpmiddelen bij het observeren
Er zijn verschillende hulpmiddelen om het vloeiend lezen gericht te observeren. Maak als team afspraken over hoe je dat doet en hoe vaak. Benut voor het observeren zoveel mogelijk de reguliere onderwijsactiviteiten voor vloeiend lezen. Zo kun je de voortgang heel natuurlijk in kaart brengen.
Observeren tijdens het leesonderwijs
Vloeiend lezen is een vaardigheid die in ontwikkeling blijft en waar gedurende de hele basisschool aandacht voor moet zijn, zeker als leerlingen hier nog moeite mee hebben. Deze vaardigheid hangt nauw samen met technisch lezen én met tekstbegrip. Leerlingen leren vloeiend lezen door veel te lezen (zelflerend mechanisme). Om leerlingen in elke fase van hun ontwikkeling goed te kunnen ondersteunen is het belangrijk hen in groep 3 en 4 goed te monitoren. Zo wordt duidelijk waar specifieke aandacht in je aanbod nodig is om de leerling te begeleiden naar zelfstandig en veel lezen. In de middenbouw en later, wanneer het vloeiend lezen eventueel hapert, zijn werkvormen voor begeleid hardop lezen bij uitstek geschikt om zicht te krijgen op het vloeiend leren lezen.
Hulpmiddelen om gericht te kijken naar verschillende aspecten van het vloeiend lezen zijn:
- Running Record
Je maakt aantekeningen terwijl de leerling leest, waarbij je let op vlotheid, nauwkeurigheid en expressie. - Multidimensional Fluency Scale van Rasinski
Een (Engelstalige) rubric voor het meten van expressie en volume, frasering, soepelheid en snelheid. De Nederlandstalige versie van deze observatiewijzer, aangeduid als ‘Intonatietoets’, is opgenomen in het boek DENK! Leer ze groeien in leesbegrip (Houtveen, van der Leij en van der Mortel, 2024). - Zelfobservatieschaal Lezen zoals ik praat?
Een observatie-instrument dat komt uit de Kwaliteitskaart Vloeiend Lezen en let op vlotheid, nauwkeurigheid, expressie en leesbegrip. - De vloeiendheidsschaal
Instrument uit het interventieprogramma Connect Vloeiend Lezen, een programma voor achterblijvende lezers uit groep 4. Bij dit instrument observeer je een leerling tijdens het lezen en let je op klemtoon en intonatie, ritme en tempo.

Toetsen om vloeiend lezen te meten
Gestandaardiseerde toetsen om het vloeiend lezen te observeren
Er bestaan verschillende gestandaardiseerde toetsen die het technisch vloeiend lezen van leerlingen meten. Voorbeelden van genormeerde toetsen:
- Drieminutentoets (DMT): hoe snel en accuraat kan de leerling afzonderlijke woorden verklanken?
- AVI-toets: hoe vlot en accuraat kan de leerling een tekst verklanken?
- BOOM LVS Technisch Lezen: hoe snel en accuraat kan de leerling een leestekst voorlezen?
- IEP LVS Technisch Lezen: hoe accuraat en expressief kan de leerling een tekst voorlezen?
Wat toetsen wel en niet meten
Gestandaardiseerde toetsen werken met vaste teksten, vaste afnamecondities en normtabellen. Daardoor sluiten ze qua onderwerp, lengte of opbouw van de tekst niet altijd aan bij de fase waarin een leerling zit. Bovendien is de norm gebaseerd op een gemiddelde groep, waarmee prestaties van individuele leerlingen worden vergeleken. Maar monitoring is juist bedoeld om een breed beeld te vormen van hoe een leerling leest, tot begrip komt en wat dat betekent voor je vervolgaanbod. Goed om te weten is verder dat deze toetsen vaak alleen het vlot en correct lezen meten. Dat kan jou en je leerlingen de indruk geven dat vlot lezen gaat om snel en met zo weinig mogelijk fouten hardop lezen. Maar dit ‘racelezen’ geeft weinig inzicht in het lezen met expressie en begrip, en dus in de kwaliteit van het vloeiend lezen. Een nadeel is ook dat spanning of tijdsdruk de prestaties van leerlingen kan drukken. Toetsen zonder tijdsdruk geven jou meer inzicht in waar het technisch lezen hapert.
Zet de toetsen weloverwogen in
Stel jezelf steeds de vraag of een genormeerde toets echt iets toevoegt aan je eigen observaties. Observeren op meer momenten, met verschillende teksten en in verschillende leessituaties, geeft doorgaans meer en bruikbaardere informatie dan één toetsmoment.
Zeker in de bovenbouw geeft het herhaald afnemen van bijvoorbeeld de DMT nauwelijks extra of betekenisvolle informatie en werkt dit voor leerlingen vooral demotiverend. Anders dan veel scholen denken verplicht de inspectie de DMT niet, ook niet bij leerlingen met een dyslexieverklaring. Als je de toets toch afneemt, interpreteer scores met grote voorzichtigheid. Gebruik altijd ook je eigen observaties van leesmotivatie en leesgedrag.