Hoe motiveer je lezers?

Verschillende begeleidingsbehoeftes

De leesontwikkeling van leerlingen verloopt verschillend. Daardoor hebben zij ook uiteenlopende vormen van ondersteuning en uitdaging nodig. Als leerkracht is het de kunst om daarop in te spelen. Bij sommige leerlingen moet je de belangstelling voor lezen nog volledig aanwakkeren of zelfs barrières wegnemen. Bij andere kun je voortbouwen op eerdere positieve (voor)leeservaringen. Globaal kun je in de leesontwikkeling vier situaties onderscheiden:

  1. Het lezen komt (nog) nauwelijks op gang;
  2. de interesse is er wel, maar leerlingen lezen nog niet zelf;
  3. leerlingen lezen af en toe;
  4. leerlingen lezen veel en graag.

Dit zijn geen vaste ‘typen leerlingen’, maar beter te zien als momenten in de ontwikkeling. Met een rijk en passend onderwijsaanbod kunnen leerlingen zich steeds verder ontwikkelen en tussen deze situaties bewegen. Elke situatie vraagt om een eigen aanpak.

Vier boeken op een rij, staand op een kast.

Het lezen stimuleren als lezen (nog) nauwelijks op gang komt

Bij sommige leerlingen komt lezen (nog) niet vanzelf op gang. Ze lijken onverschillig tegenover lezen te staan of ervaren zelfs een duidelijke drempel. Soms vermijden ze leesactiviteiten: ze doen tijdens de les alsof ze lezen, stoppen er zo min mogelijk tijd en moeite in en gaan leesopdrachten uit de weg. Ze kunnen negatieve emoties ervaren tijdens het lezen, zoals verveling, frustratie of angst, en voelen zich vaak onzeker over hun leesvaardigheid. Een afkeer van lezen komt meestal door negatieve leeservaringen. Om het tij te keren, is het belangrijk zicht te krijgen op wat hen belemmert om de drempels zoveel mogelijk weg te nemen.

Voor alle leerlingen zijn succeservaringen belangrijk, maar voor de groep die moeite heeft met zelfstandig lezen in het bijzonder. Door samen teksten te zoeken die aansluiten bij hun leesniveau én interesses, kunnen ze stap voor stap succes ervaren en zo zelfvertrouwen opbouwen. Dit vraagt om een veilige lees- en leeromgeving, waarin leerlingen zich niet beoordeeld voelen, maar gesteund. Met extra hulp bij vloeiend leren lezen en tekstbegrip kun je hun leesvaardigheid – en daarmee hun zelfvertrouwen – geleidelijk vergroten. Omdat deze leerlingen lezen vaak onbelangrijk vinden, is het waardevol om hen de betekenis van lezen te laten ervaren. Dat kan bijvoorbeeld door voor te lezen, of door teksten aan te bieden over thema’s die voor hen echt leven.

Voor leerlingen die lezen actief mijden, maar ook voor leerlingen die er vooral onverschillig tegenover staan, zijn positieve leeservaringen van groot belang. Het zelfstandig kiezen van een leesboek is voor hen vaak nog lastig. Jouw steun is daarom essentieel: maak tijd om één-op-één met leerlingen in gesprek te gaan en te ontdekken waar ze enthousiast van worden. Zoek samen naar boeken die bij hen passen, in wat ze zelfstandig kunnen én in wat hen boeit.

Via voorlezen of luisterboeken kunnen deze leerlingen ook stappen zetten om gemotiveerd te raken. Blijf hun leesproces daarbij goed volgen, zodat je tijdig kunt bijsturen als er toch opnieuw negatieve ervaringen dreigen te ontstaan.

De leesmotivatie stimuleren als de interesse er is, maar het lezen nog niet vanzelf gaat

In deze fase gaat het om leerlingen die welwillend tegenover lezen staan, maar nog weinig of niet zelfstandig lezen. Ze willen misschien best een leuk boek uitzoeken, maar zien door de bomen het bos niet meer en weten niet waar te beginnen. Deze leerlingen kun je, net als in de vorige situatie, ondersteunen bij het kiezen van boeken door een voorselectie te maken op basis van hun interesses. Ook kun je hun leesinteresse prikkelen door een intrigerende of spannende passage uit een boek voor te lezen. Laat leerlingen elkaar daarnaast boeken aanraden: een enthousiaste aanbeveling van een klasgenoot kan veel effect hebben.

Het creëren van een leesroutine is voor deze leerlingen extra belangrijk. Hoe vaker ze lezen, hoe vanzelfsprekender en makkelijker het wordt. Organiseer op vaste momenten in de week voorlezen en begeleid vrij lezen in de klas, en moedig leerlingen aan om ook thuis op een vast moment te lezen.

Geef leerlingen mee dat ze een boek niet per se uit hoeven te lezen. Als een boek niet bevalt, mogen ze (met begeleiding) iets anders kiezen. Dat doen ervaren volwassen lezers tenslotte ook. Zo voorkom je dat een verkeerde boekkeuze direct uitmondt in een nieuwe negatieve leeservaring.

Het lezen stimuleren als leerlingen af en toe lezen

In deze fase is de motivatie om te lezen wisselend. Soms kiezen leerlingen uit zichzelf voor lezen, soms vermijden ze het liever. Zo lezen ze misschien wél graag stripboeken of tijdschriften, maar komt het lezen van (jeugd)romans minder snel op gang. Leerlingen die zich in deze fase bevinden, grijpen vaak terug op veilige keuzes: boeken waarvan ze al weten dat ze die leuk zullen vinden of weten dat ze die makkelijk kunnen lezen. Ze lezen bijvoorbeeld alle delen van één serie, maar zijn huiverig om eens iets nieuws te proberen.

De begeleiding richt zich hier vooral op het verbreden van hun leessmaak. Ze hebben iemand nodig die hen helpt verder te kijken dan de vertrouwde titels die ze al kennen. Door boeken te kiezen met zowel bekende als nieuwe elementen – een vertrouwd genre, maar andere personages bijvoorbeeld – help je hen om stap voor stap meer uit te proberen. Net als in de andere fases hebben deze leerlingen baat bij ondersteuning bij de boekkeuze.

Tip – Breng met een aantal aarzelende lezers een bezoek aan de schoolbibliotheek en vraag de leesconsulent om daar een boekpresentatie te geven. Zo ontdekken leerlingen waar ze leuke boeken kunnen vinden en leren ze hoe je nieuw leesmateriaal kunt verkennen.

Het lezen blijven stimuleren als leerlingen veel en graag lezen

In deze fase zijn leerlingen sterk intrinsiek gemotiveerd om te lezen. Ze pakken uit zichzelf een boek, lezen in hun vrije tijd en praten graag over hun leeservaringen. Toch betekent dit niet dat ze geen ondersteuning meer nodig hebben. Deze leerlingen halen energie uit het delen van hun leeservaringen en hun plezier in lezen met anderen. Je kunt hierop inspelen door bijvoorbeeld boekgesprekken in de klas te organiseren, leeskringen op te zetten of leerlingen een rol te geven bij het inspireren van klasgenoten. Je kunt hen vragen een boekenblog of -vlog te maken voor hun klasgenoten, boekentips voor in de klasbibliotheek te verzamelen of een leesposter te maken waarmee zij anderen enthousiasmeren. Zo versterken zij hun eigen leesidentiteit én dragen ze bij aan een rijke leescultuur in de groep.

Door je aanbod en begeleiding af te stemmen op deze verschillende fases in de leesontwikkeling, laat je zien dat lezen geen vaststaand kenmerk van een leerling is, maar iets dat kan groeien. Met een goed, uitdagend én veilig aanbod kunnen alle kinderen zich blijven ontwikkelen als lezer en kan ook voorkomen worden dat ze hun plezier in lezen verliezen.

Group Tip
In het ‘leeshongermodel’ legt Mia Stokmans uit hoe je leerlingen op verschillende momenten in de ‘leescircel’ kunt ondersteunen. Kwestie van Lezen 18. De ideale helper.

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte en ontvang de nieuwsbrief van lezeninhetpo.nl