Begrippenlijst

Op deze pagina vind je uitleg bij een aantal concepten die terugkomen bij de verschillende bouwstenen voor effectief leesonderwijs.

Begrijpend lezen

Begrijpend lezen, oftewel lezen met begrip, betekent dat leerlingen de inhoud van een tekst begrijpen, deze kunnen verbinden met wat ze al weten over het onderwerp en daarop kritisch kunnen reflecteren.

Begeleid vrij lezen

Om te zorgen dat alle leerlingen profiteren van de vrijleestijd is er extra aandacht voor leerlingen die moeilijk zelf tot lezen komen. Zij worden op maat begeleid bij hun boekkeuze en leesproces.

Decoderen

Het verklanken van letters en lettercombinaties.

Creatief schrijven

Het uitdrukken van fantasie, gedachten en gevoelens in een verhaal, gedicht of andere tekstvorm met nadrukkelijk aandacht voor het gebruik van literaire en narratieve middelen.

Digitale leesvaardigheid

De vaardigheid om digitale teksten (zakelijk of verhalend) te lezen en, met inzet van de juiste leesstrategieën, ten volle te begrijpen en te benutten.

Digitaal lezen

Het lezen van teksten van een scherm (computer, tablet, smartphone).

Family literacy

De mate waarin er in het gezin aandacht is voor de taalontwikkeling van kinderen.

Fonologisch bewustzijn

Het kunnen omgaan met klanken, bijvoorbeeld het kunnen opdelen van woorden in lettergrepen, het verbinden van lettergrepen tot een woord en het toepassen van eindrijm.
Dit maakt onderdeel uit van het fonemisch bewustzijn.

Fonemisch bewustzijn

Het besef dat woorden bestaan uit klanken die verschil in betekenis veroorzaken (‘fonemen’). Fonemisch bewustzijn uit zich in het kunnen herkennen en manipuleren van klanken in woorden, bijvoorbeeld door beginrijm, het kunnen opdelen van korte woorden in losse klanken (auditieve analyse) en het kunnen samenvoegen van klanken tot een woord (auditieve synthese).

Modeling

Een leerkracht laat (hardop pratend) zien hoe hij of zij actief aan de slag gaat met een tekst en eventueel een leesstrategie kan inzetten als middel om een tekst beter te begrijpen.

Multimediale boeken

Boeken met vertelmiddelen die niet mogelijk zijn in papieren boeken, zoals achtergrondmuziek en -geluid, ingesproken stem, filmpjes en animaties.

Geïntegreerd leesonderwijs

Onderwijs waarbij technisch, begrijpend en literair lezen op motiverende wijze binnen een betekenisvolle context wordt aangeboden.

Geletterdheid

Het kunnen lezen en schrijven en de competentie om met informatie om te gaan, te begrijpen en doelgericht te gebruiken.

Interactief voorlezen

Voor, tijdens en na het voorlezen in gesprek gaan met een kind/kinderen over een boek, zodat het/ze actiever betrokken bij raken bij het verhaal en er dieper verhaalbegrip ontstaat. 

Leesbevordering

Het stimuleren van het (voor)lezen bij kinderen en volwassenen, met als doel dat zij taalvaardiger worden en lezen beschouwen als een plezierige en zinvolle (vrije)tijdsbesteding.

Leescompetentie

De motivatie, kennis en vaardigheden om teksten te kunnen lezen, begrijpen en waarderen.

Leesgedrag

De hoeveelheid tijd die mensen besteden aan het lezen, en de manier waarop ze lezen.

Leesklimaat/leescultuur

De mate waarin tijd en ruimte voor lezen en leesbevordering onderdeel zijn van het gezin, de kinderopvang , de school of de samenleving.

Leesmotivatie

De drijfveren van mensen om te lezen, zoals ontspanning, kennis opdoen over de wereld en genieten van esthetisch taalgebruik.

Leesplezier 

Intrinsiek gemotiveerd zijn voor (voor)lezen en het ervaren van plezier in het (voor)lezen van teksten.

Leesomgeving

Het boekenaanbod, de beschikbare tijd en ruimte voor (voor)lezen en de rol van de helpende volwassenen (zoals pedagogische medewerkers, leraren, onderwijsassistenten, bibliothecarissen en (groot)ouders).

Leesontwikkeling

De ontwikkeling van geletterdheid, leesmotivatie, leesgedrag en leesvoorkeuren vanaf de babytijd.  

Leesvaardigheid

De mate waarin iemand geschreven (digitale) teksten kan decoderen en begrijpen.

Leesweerstand

Het ervaren van negatieve emoties bij lezen, hetgeen kan leiden tot leesangst en leesvermijding.

Literair lezen

Het belevend, interpreterend, beoordelend en met narratief begrip lezen van literaire teksten.

Literaire competentie

De kennis en vaardigheden om (digitale) literaire teksten te begrijpen, te interpreteren, erover te communiceren, erop te reflecteren, te beoordelen en er persoonlijke, historische en culturele betekenis aan toe te kennen.

Literatuur

Literatuur omvat (digitale) teksten met culturele en literaire waarde, niet alleen door de betekenis, maar ook door de vorm. De criteria voor deze waardetoekenning zijn voortdurend aan verandering onderhevig.

Literatuureducatie

Alle educatieve activiteiten die leiden tot literaire competentie. De activiteiten kunnen productief (schrijven, voordragen), receptief (luisteren en lezen) of reflectief (beschouwen) van aard zijn.

Metalinguïstisch bewustzijn

Het vermogen om bewust na te denken over de vorm, de structuur en het gebruik van taal.

Rijke teksten

Teksten die door hun vorm en structuur bijdragen aan de taal- en cognitieve ontwikkeling. Deze teksten kenmerken zich door langere zinnen met verbindingswoorden, samenhang, een heldere tekststructuur, een gevarieerde woordenschat met een goede balans tussen laagfrequente en hoogfrequente woorden, figuurlijk en letterlijk taalgebruik, gelaagdheid en eventueel afbeeldingen (en andere media) die de tekst versterken.

Scaffolding

Een combinatie van het aanvankelijk aanbieden van veel ondersteuning aan leerlingen en het geleidelijk afbouwen daarvan naarmate hun expertise toeneemt.

Schriftconventies

De specifieke kenmerken van verschillende typen teksten, zoals taalgebruik, opbouw en structuur.

Vloeiend lezen

Een tekst vlot, accuraat, met expressie en begrip kunnen lezen.